Onderzoek naar de stedenbouwkundige kwaliteit van Wageningen

10 augustus 2011 -  

Op 13 april 2011 ontving het bestuur van Wageningen Monumentaal de architecte Matilde Peen van het bureau Gesprek +Architecture, in verband met een onderzoek dat dit bureau wil verrichten over de stedenbouwkundige kwaliteit van Wageningen. Verheugd als wij zijn over dit initiatief, hebben wij onze medewerking toegezegd.
Wij beweren al jaren dat er te weinig inhoudelijke discussie en te veel een politieke discussie plaats vindt over stedenbouw, openbare ruimte en ruimtelijke kwaliteit in Wageningen. Het resultaat is een beeld met onvoldoende samenhang en allure. Belangrijke processen als het ‘niet doorgaan’ van het Uiterwaardenplan en de verplaatsing van de WUR naar de noordkant van de stad hebben te weinig een inspirerend antwoord gekregen.
In de discussie met +Architecture en in de filosofie van onderstaand onderzoeksplan van dit bureau zien wij veel overeenkomst met ons inzicht.
 
SAMENVATTING
Het onderzoeksproject The Image of Wageningen is een initiatief van bureau +Architecture.
+Architecture is werkzaam in de ruimtelijke ordening, als ontwerp- en adviesbureau voor stedenbouw, landschap en architectuur. Voor en in samenwerking met onder andere lokale en regionale overheden.
The Image of Wageningen geeft een stedenbouwkundig perspectief op Wageningen. Een kleine stad met een structurele stedelijke vernieuwingsopgave en veel onderbelichte kwaliteiten die ontplooid kunnen worden. In 2013 bestaat Wageningen 750 jaar. Wat dit project betreft niet alleen een ijkpunt voor de stad, maar ook voor haar stedenbouwkundige capaciteiten.
Het belang van het project is tweeledig. Enerzijds wordt invulling gegeven aan de rol van de stedenbouw waardoor het ruimtelijk en programmatisch potentieel van de stad kan worden blootgelegd. Het laat de meerwaarde van samenhangende stedenbouw zien in praktische zin. Anderzijds wordt een strategie ontwikkeld die publieke opdrachtgevers een instrumentarium biedt voor innovatieve stedenbouwkundige regie en het benutten van kansen voor duurzame ruimtelijke kwaliteit.
In Deel I van het project wordt de ruimtelijke verschijningsvorm van de stedelijke ruimte van Wageningen in al haar cultuurhistorische, ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke facetten onderzocht: The Image of Wageningen. Het resultaat is een kleine stadsatlas. Een openbare stedenbouwkundige biografie, die weergeeft waar Wageningen staat, met een doorkijkje naar waar het naar toe zou kunnen.  
In Deel II wordt het functioneren van de stedenbouwkunde in de lokale ruimtelijke ordening onderzocht aan de hand van een inventarisatie van planinstrumenten en (inter)nationale ‘best practices’. Als resultaat wordt een strategie voor innovatieve stedenbouw geformuleerd die de verschillende mogelijkheden beschrijft voor de organisatie van stedenbouwkundige overheidsregie in de begeleiding van het vertaalproces van visie naar ontwerp en uitvoering. Uitgangspunt van het project is zowel participatie van bewoners (bottom-up wijkanalyse) als stedenbouwkundig survey (top-down analyse). Welke (reactieve) regie strategische stedenbouw als het geheugen van de stad kan hebben is onderdeel van de opgave die gesteld wordt.
 
INLEIDING
Geprivatiseerde rol van het ontwerp in de actuele ruimtelijke ordening
Het werkveld van de stadsontwikkeling in Nederland is door wettelijke kaders, procedures en het grote aantal betrokken partijen complex. In de ruimtelijke ordening (RO) zijn financiële criteria, procesmanagement en grondexploitatie vaak dominant bij besluitvorming. Daar waar vroeger visionaire ontwerpers een regierol vervulden voor de publieke zaak, is het ruimtelijk ontwerp nu vaak een oppervlakkige toevoeging en sluitstuk in het ontwikkelingsproces. Hoewel stedenbouw zich richt op het publieke belang, worden stedenbouwkundige werkzaamheden bij veel lokale overheden uitbesteed aan marktpartijen. Bij de grotere gemeenten blijft de taak van ruimtelijke coördinatie aanwezig in de vorm van planbegeleiding en toetsing. In praktijk zijn het dan veelal adviesbureaus en vastgoedbedrijven die de mogelijkheden voor de (her)inrichting van stedelijke gebieden en de wenselijkheid en haalbaarheid van toekomstvisies onderzoeken. Deze privatisering stelt nieuwe eisen aan de overheid als stedenbouwkundig opdrachtgever. Matig opdrachtgeverschap – of dat nu komt door sectorale planvorming, uitholling van het ambtelijk apparaat of gebrek aan kennis – leidt tenslotte vaak tot gemiste kansen of matige ruimtelijke kwaliteit.
Stedenbouwkundig opdrachtgeverschap als overheidstaak
Waar grotere gemeenten wel nog het stedenbouwkundig opdrachtgeverschap in eigen beheer houden, is er in kleinere gemeenten weinig draagvlak voor eigen expertise in de stedenbouw in welke vorm dan ook. Traditioneel gezien was het publieke stedenbouwkundig ontwerp het vertrekpunt en ruimtelijk kader voor planontwikkelingen. Nu zijn het financiële risico’s die veel van deze overheden er toe bewegen ook een deel van hun positie als opdrachtgevers af te staan. Ook de afweging tussen publieke en private kosten en baten wordt vaker overgelaten aan marktpartijen. Zo vervaagt de rol van de stedenbouw als overheidsdienst en schuift deze steeds meer naar de achtergrond.
 
PROBLEEMSTELLING
Binnen kleine tot middelgrote gemeentes verliest het stedenbouwkundig ontwerp meer en meer zijn functie als instrument voor bestuurders voor regievoering en het maken van ruimtelijke en programmatische keuzes. Zonder goede regie is het niet goed mogelijk om visies over een lange periode vast te houden. Juist in een tijd waarin vooruitdenken en duurzaamheid hoog in het vaandel staan, lijkt de publieke stedenbouw als ‘vak van de lange adem’ buiten spel gezet. Hierdoor verdwijnt bij de overheid inhoudelijk de objectieve kennis van mogelijke oplossingsrichtingen van vraagstukken in de ruimtelijke ordening. Dit heeft als gevolg dat potentiële ruimtelijke kwaliteit niet wordt benut en dat kansen voor innovatieve aansturing worden gemist.
Bewonersparticipatie en bottom-up beleving
In het project is de moderne stedenbouw als participatieve strategie een belangrijk uitgangspunt. Met de verwijzing in de projecttitel naar het gedachtegoed van de Amerikaanse stadsplanner Kevin Lynch1 wordt aangeduid dat burgerparticipatie in de analyse van de stad, haar gebruik en haar beleving in het project een belangrijke rol speelt.
Versus stedenbouwkundige survey
Een tweede belangrijk uitgangspunt is de publieke basis van de stedenbouw. De ruimtelijke inrichting is voor iedereen van betekenis en daarom primair een publieke zaak. Slim ontworpen stadslandschappen zijn tenslotte economisch en cultuurhistorisch waardevol, duurzaam en richtinggevend voor een hele gemeenschap. Het project gaat in theorie uit van een zo beperkt mogelijk RO instrumentarium en regelgeving. Welke reactieve regie strategische stedenbouw als het geheugen van de stad dan kan hebben ten aanzien van particuliere initiatieven is onderdeel van de opgave die gesteld wordt.
 
ONDERZOEKSLOCATIE WAGENINGEN
Wageningen is met zijn kleinschalige stadse verschijningsvorm, bestaande en nog te ontwikkelen kwaliteiten en actuele ruimtelijke opgaven een ideale onderzoekslocatie:
Wageningen kent een grote herstructureringsopgave. Door de zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden staat de stad al jaren voor een complex inbreidingsvraagstuk. De gemeentelijke overheid bouwt er niet zelf, maar is regisseur en procesbegeleider. Voor de gemeente zijn de mogelijkheden om de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting te sturen beperkt, onder meer doordat zij een klein ambtelijk apparaat en weinig grondposities heeft, en relatief weinig exploitatie-inkomsten en investeringsbudgetten. Een palet aan grondeigenaren maakt het maatschappelijk speelveld verder ingewikkeld.
Wageningen ontleent een deel van haar identiteit aan haar landschappelijke ligging tussen de uiterwaarden van de Rijn, de Veluwehoogten, en de weiden van het Binnenveld. Terecht is er vanuit landschapsarchitectonisch perspectief veel aandacht voor deze aantrekkelijke landschappelijke context van de stad. Zowel op landschapsarchitectonisch als architectonisch vlak is Wageningen sterk beïnvloed door het landbouwonderwijs en door diverse stadsbouwmeesters. Zij lieten een erfenis achter van tal van bijzondere gebouwen en terreinen. Ondanks haar niet geringe potenties heeft Wageningen als geheel en als stad echter geen duidelijk eigen gezicht. De ruimtelijke kwaliteit van de oude vestingstad zelf is namelijk achter gebleven. In de wijze waarop de stad zich de afgelopen decennia ontwikkeld heeft, ontbreekt stedelijke samenhang. De diversiteit aan lokale inbreidingsinitiatieven levert ruimtelijk een versnipperd stadsbeeld op. Door deze fragmentatie worden de ruimtelijke mogelijkheden van de stad, die ingezet kunnen worden om er de leefkwaliteit te vergroten, slechts gedeeltelijk benut. De gemeente Wageningen deelt deze analyse, zij het vanuit een andere achtergrond. Zo stelt zij in haar Woonvisie 2008-2015 dat het bekrachtigen van de stedelijke relaties op verschillende niveaus een kans is om ook het volkshuisvestingsbeleid en de kwaliteit van wonen te versterken. Dan gaat het zowel om de samenhang in als tussen woonwijken, het centrum en de rest van de stad en tussen de stad en haar omgeving. Daarnaast bestaat er bij de gemeente behoefte aan het toevoegen van kwaliteit aan bestaande woonmilieus, met name in de wijken ten noorden van het centrum en langs de bestaande hoofdontsluitingsroutes en entrees van de stad. Hier wordt een eigen gezicht, allure, structuur en duidelijke herkenbaarheid gemist.
Als centraal thema in het Wageningse MOP (Meerjarenontwikkelingsprogramma) Stedelijke Vernieuwing 2010-2015 heeft de gemeente de ‘verbetering van de leefbaarheid’ van de stad benoemd. In 2013, wanneer Wageningen 750 jaar bestaat, wil de gemeente de beeldkwaliteit van de binnenstad versterken door de ruimtelijke inrichting te verbeteren. In het kader van het Gelderse Kleine Stedenbeleid 2008-2011, wordt hierbij ingezet op wijkgericht werken en bewonersparticipatie.
Bovengenoemde structurele stedelijke vernieuwingsopgave, de bestaande ruimtelijke fragmentatie en de gemeentelijke ambities vormen de aanzet voor het opmaken van het stedenbouwkundige ‘gezicht van de stad’ (Deel I). De gemeente lijkt door verschillende oorzaken beperkt in het voeren van ruimtelijke regie op de stad. Dit biedt interessante aanknopingspunten om te inventariseren wat de meerwaarde van aanvullende stedenbouwkundige input in het planproces kan zijn. Bij de uitwerking en afweging van de stedenbouwkundige regie in innovatieve (plan)instrumenten (in Deel II), zijn de beperkte middelen en mogelijkheden van de gemeente onderdeel van het toepassingskader.

Geschreven door: Veelders

Reacties zijn gesloten.